Kort antwoord
Vloerisolatie en bodemisolatie pakken warmteverlies via de kruipruimte op verschillende plekken aan. Is de onderkant van de vloer bereikbaar, dan is vloerisolatie vaak de eerste optie om te onderzoeken.
Wat is het verschil?
Vloerisolatie komt tegen de onderkant of op de bovenkant van de vloer. Bodemisolatie wordt op de bodem van de kruipruimte aangebracht. Vloerisolatie kan de vloer direct warmer laten aanvoelen; bodemisolatie kan nuttig zijn als de vloer moeilijk bereikbaar is.
Een herkenbaar voorbeeld
Bij een droge, goed toegankelijke kruipruimte kan een bedrijf isolatie tegen de vloer bevestigen. In een zeer lage kruipruimte kan bodemisolatie praktischer zijn. De beste keuze hangt ook af van vocht, ventilatie en de bestaande vloer.
Wat controleer je vooraf?
Laat de kruipruimte beoordelen op toegankelijkheid, vocht, leidingen en ventilatie. Vraag welke isolatiewaarde het nieuwe materiaal haalt. De Rd-waarde geeft de warmteweerstand van isolatiemateriaal aan: hoger betekent beter isolerend.
Let op bij subsidie
Voor ISDE geldt bij vloer- en bodemisolatie een minimale isolatiewaarde van 3,5 m²K/W. Breng je beide direct boven elkaar aan in dezelfde kruipruimte, dan krijg je subsidie voor slechts één maatregel. In afzonderlijke kruipruimtes kunnen beide onder voorwaarden meetellen, met gezamenlijk minimaal 20 m² en één aanvraag. Controleer altijd de actuele RVO-regels.